ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen bijstandsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant had bijstand ontvangen op grond van de Algemene bijstandswet en later de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 8 oktober 2003 werd de bijstand beëindigd wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel. Appellant verzocht meerdere malen om terug te komen op dit besluit, met als nieuw feit dat hij in 2010 de Nederlandse nationaliteit had verkregen en dat zijn verblijfsvergunning in 2003 was verlengd.
De Raad oordeelde dat het besluit van 8 oktober 2003 onherroepelijk was geworden omdat tegen het besluit van 9 juni 2005 geen beroep was ingesteld. Het enkele feit dat appellant later de Nederlandse nationaliteit verkreeg, rechtvaardigt geen bijstand over de periode waarin hij die status nog niet had. Ook de verlenging van de verblijfsvergunning in 2003 was geen nieuw feit dat het college tot terugkomen op het besluit kon bewegen, omdat appellant deze beschikking reeds tijdens de bezwaarprocedure had kunnen aanvoeren.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het college had dan ook terecht het verzoek om herziening afgewezen. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het besluit tot beëindiging van bijstand wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.