ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand over afgesloten periode in 1984 wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht in 2010 om bijstand over de periode van 1 juni 1984 tot en met 31 december 1984. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek af omdat er geen bijzondere omstandigheden waren om bijstand over een afgesloten periode toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het feit dat hij sinds januari 2010 de Nederlandse nationaliteit bezit, hem alsnog recht geeft op bijstand over de betreffende periode.
De Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet wordt verleend over perioden voorafgaand aan de aanvraagdatum, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Het enkel bezit van de Nederlandse nationaliteit vanaf 2010 vormt geen bijzondere omstandigheid. Bovendien kon appellant niet aantonen dat hij destijds bijstand ontving of dat deze was ingetrokken. Ook werd vastgesteld dat appellant in augustus 1984 op last van de rechter Nederland is uitgezet, waardoor hij vanaf die datum geen recht meer had op bijstand.
Daarom slaagde het hoger beroep niet en werd de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand over de periode in 1984 wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.