ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor sport- en legeskosten wegens ontbreken noodzaak
Appellante verzocht om bijzondere bijstand voor sportkosten van €41 per maand en legeskosten van €29,55 voor uittreksels uit de gemeentelijke basisadministratie. Het college wees deze aanvragen af omdat deze kosten, voor zover noodzakelijk, behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en uit het reguliere inkomen moeten worden voldaan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat bijzondere omstandigheden, waaronder een ernstig sociaal isolement en ingrijpende gebeurtenissen, recht geven op bijzondere bijstand voor sportkosten. Daarnaast stelde zij dat het niet vergoeden van legeskosten in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat sportkosten in beginsel tot de algemeen noodzakelijke kosten behoren en dat appellante geen objectieve medische gegevens aanvoerde die een uitzondering rechtvaardigen. Ook de legeskosten zijn incidentele kosten die uit het reguliere inkomen moeten worden voldaan. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat geen onaanvaardbare inbreuk op het privéleven was aangetoond.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand voor sport- en legeskosten wordt bevestigd.