ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om kwijtschelding van openstaande vorderingen wegens niet voldoen aan beleidsvoorwaarden
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om kwijtschelding van openstaande vorderingen. Dit verzoek werd bij besluit van 23 maart 2011 afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij vanwege persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van financiële draagkracht in de toekomst recht had op kwijtschelding.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 58 van Pro de Wet werk en bijstand het college bevoegd is om terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstandskosten te doen, maar ook om hiervan geheel of gedeeltelijk af te zien. Het college heeft beleidsregels vastgesteld waarin voorwaarden zijn opgenomen voor kwijtschelding, waaronder het ontbreken van betalingen gedurende vijf jaar en het bestaan van dringende redenen.
Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij aan deze voorwaarden voldeed. Zij ontvangt bijstand van een andere gemeente, waardoor het niet onaannemelijk is dat zij in de toekomst betalingen zal verrichten. De persoonlijke omstandigheden van appellante en de tijdelijke draagkrachtberekeningen boden geen dringende reden om af te zien van invordering. Ook werden geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die afwijking van het beleid rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding wordt bevestigd.