ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4873

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12-6715 WWB-VV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.F. Bandringa
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbArt. 8:86 AwbArt. 18 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk na niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage en vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een hoger beroep aanhangig moet zijn om een voorlopige voorziening te kunnen treffen. Omdat het hoger beroep bij uitspraak van 5 maart 2013 niet-ontvankelijk is verklaard, is niet langer voldaan aan deze voorwaarde.

Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. De uitspraak werd gedaan door J.F. Bandringa, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries, op 19 maart 2013.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep reeds niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

12/6715 WWB-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:84, tweede lid, en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht er artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om voorlopige voorziening van:
Partijen:
[A. te B.] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage
Datum uitspraak: 19 maart 2013
PROCESVERLOOP
Mr. S. Karache, advocaat, heeft als gemachtigde van verzoeker hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 4 december 2012, 12/10469 en 12/10463 (aangevallen uitspraak)
Vervolgens heeft de gemachtigde van verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
OVERWEGINGEN
Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en Pro artikel 21 van Pro de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Bij uitspraak van 5 maart 2013, nummer 12/6714 WWB, heeft de Raad het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekend dat niet langer is voldaan aan de in artikel 8:81 van Pro de Awb besloten liggende voorwaarde dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn, wil er een voorlopige voorziening kunnen worden getroffen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen moet dan ook kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep,
Verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2013.
(getekend) J.F. Bandringa
(getekend) E. Blijleven-de Vries