ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning bijzondere bijstand volgens gemeentelijke normenlijst 2010
Appellante ontvangt sinds 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 2010 vroeg zij bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een bed, matras en kledingkast voor haar jongste kind. Het college wees deze aanvraag aanvankelijk af, maar keerde na bezwaar bijzondere bijstand toe tot een bedrag van €265 als lening, gebaseerd op de gemeentelijke normenlijst voor 2010.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het college terecht de maximumbedragen uit de normenlijst 2010 had gehanteerd en appellante geen individuele omstandigheden had aangetoond die hogere kosten rechtvaardigden.
In hoger beroep stelde appellante dat het college onterecht lagere normbedragen van 2011 had gebruikt. De Raad stelde vast dat het college wel degelijk de normenlijst 2010 had toegepast en dat appellante haar stelling niet had onderbouwd. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 19 maart 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.