ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Minister moet gebrek in besluit herstellen wegens gerechtvaardigde verwachtingen appellanten
In deze bestuursrechtelijke zaak staat het beroep van appellanten tegen een besluit van de minister centraal. Betrokkene, werkzaam als arrestantenbewaarder, had een verzoek ingediend dat door de locatiedirecteur en later door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een eerdere uitspraak van 13 december 2012 waarin werd vastgesteld dat de minister uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen heeft gedaan die bij appellanten gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt. Dit oordeel geldt ook voor de zaak van betrokkene.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en draagt de minister op het gebrek binnen zes weken te herstellen. De minister moet nader bezien welke consequenties aan deze overwegingen verbonden zijn. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 maart 2013.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen het gebrek in het besluit te herstellen vanwege gerechtvaardigde verwachtingen van appellanten.