ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van toegenomen arbeidsongeschiktheid volgens de WAO zonder aanwijzingen voor wijziging
Appellant, die sinds 1989 een WAO-uitkering ontvangt, stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid was toegenomen door verergerde jichtaanvallen, schouderklachten, incontinentieproblemen en psychische klachten. Het UWV had hem onveranderd voor 15 tot 25% arbeidsongeschikt geacht en het bezwaar hiertegen was ongegrond verklaard.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaard en de Raad beoordeelde of dit oordeel juist was. De medische onderzoeken van het UWV werden als zorgvuldig en juist beoordeeld. Er waren geen aanwijzingen dat de beperkingen sinds 2006 waren toegenomen. Het enkele ervaren van meer psychische klachten leidde niet tot meer beperkingen. De door appellant overgelegde medische stukken boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Raad zag geen reden om een deskundige te benoemen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot onveranderde arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.