ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling dagloon voor WIA-uitkering
Appellant betwistte de hoogte van het dagloon dat het UWV heeft vastgesteld voor zijn WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Hij stelde dat bij de berekening ook rekening had moeten worden gehouden met zijn werkuren als tractorchauffeur grondwerken in de jaren voorafgaand aan het refertejaar.
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV het dagloon correct had vastgesteld op basis van het refertejaar van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009, en alleen rekening had gehouden met de inkomsten die in dat jaar zijn ontvangen. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat het refertejaar onjuist was vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn gronden, maar kon geen juridische onderbouwing geven. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde dat het dagloon overeenkomstig het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen juist was vastgesteld. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het dagloon door het UWV wordt bevestigd.