ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en voorlopige voorziening inzake Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft bij het UWV een Wajong-uitkering aangevraagd die op 6 januari 2011 werd afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd deze afwijzing gehandhaafd. Verzoekster stelde in hoger beroep dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren, waaronder een ADHD-diagnose en knieklachten, die haar arbeidsongeschiktheid in haar vroege volwassenheid zouden aantonen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de nieuwe medische stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die niet bij de eerste aanvraag of het bezwaar naar voren hadden kunnen worden gebracht. De medische gegevens geven geen objectief bewijs dat verzoekster op haar 18e levensjaar arbeidsongeschikt was. De Raad bevestigt dat het UWV terecht heeft besloten niet terug te komen op het eerdere besluit.
Daarnaast is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, ondanks het spoedeisend belang van verzoekster vanwege haar financiële situatie. De voorzieningenrechter acht nader onderzoek niet zinvol en stelt dat de rechtspraak omtrent duuraanspraken niet onverkort van toepassing is in deze situatie. Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.