ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid eigen werk ondanks handmisvorming
Appellant heeft een aangeboren afwijking aan zijn rechterhand, met een normale duim en een afwijkende brede vinger. Het UWV heeft op grond van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek vastgesteld dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk als schoonmaker van vrachtwagens. De rechtbank Arnhem heeft deze beslissing bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij door de misvorming geen handschoenen kan dragen, wat noodzakelijk zou zijn voor zijn werk. De Raad overweegt dat dit niet aannemelijk is gemaakt, mede omdat appellant het werk jarenlang zonder uitval heeft verricht en van de werkgever verwacht mag worden passende handschoenen te leveren.
De Raad concludeert dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is verricht en dat appellant niet met medische stukken heeft onderbouwd dat zijn beperkingen zijn onderschat. Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk ondanks de handmisvorming.