ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluit UWV wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het UWV waarin een verzoek tot herziening van een eerder besluit werd afgewezen. Appellante, de erven van een betrokkene, had een herzieningsverzoek ingediend dat door het UWV werd afgewezen omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals vereist volgens artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om een herhaald verzoek inhoudelijk te beoordelen, maar bij handhaving van de afwijzing de toetsing beperkt dient te blijven tot de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn. Appellante kon niet aantonen dat zij nieuwe feiten of omstandigheden had ingebracht die het besluit rechtvaardig konden herzien.
Daarom bevestigde de Raad het besluit van 19 december 2012 van het UWV en verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan appellante.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 27 maart 2013 en betreft een sociaalzekerheidsrechtelijke bestuursrechtelijke procedure.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het UWV-besluit is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.