ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K. Zeilemaker
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onvoldoende beoordeling ambtenaar gemeente Almere
Appellante, werkzaam als klantmanager bij de gemeente Almere, kreeg een beoordeling met de totaalscore “onvoldoende” op grond van kritiek op haar houding en gedrag. Deze beoordeling volgde na gesprekken met haar leidinggevende en schriftelijke correspondentie, maar appellante maakte bezwaar tegen de inhoud en procedure van de beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat hoewel een PWC-gesprek had plaatsgevonden, dit niet voldeed aan de eis van het bespreken van kritiek voorafgaand aan de beoordeling, maar dat een apart gesprek op 22 april 2010 dit tekort compenseerde. De Raad stelde echter vast dat de beoordeling niet alle relevante gezichtspunten bevatte en dat de negatieve totaalscore niet door de inhoud werd gedragen.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en het besluit tot vaststelling van de beoordeling, herroept deze en veroordeelde het college tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de kosten van rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 maart 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de onvoldoende beoordeling en veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en kosten.