ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag premie werken met loonkostensubsidie wegens onvoldoende arbeidsduur
Appellant ontving bijstand en trad op 16 februari 2009 in dienst bij een bedrijf in Sittard met loonkostensubsidie voor een jaar. Na een korte ziekmelding werkte hij niet meer tot het einde van het contract. Op 10 februari 2010 vroeg hij een premie aan voor werken met loonkostensubsidie, maar het college wees dit af omdat hij niet minimaal zes maanden gesubsidieerde arbeid had verricht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat hij een jaar in dienst was geweest en loon had ontvangen, en dat de premie bedoeld is om uitkeringsgerechtigden te stimuleren een gesubsidieerde baan te aanvaarden. Ook voerde hij aan dat het college geen inspanningen had geleverd om tussentijds passende arbeid te vinden.
De Raad oordeelde dat artikel 3, eerste lid, van het Premiebesluit duidelijk vereist dat de gesubsidieerde arbeid ten minste zes maanden moet zijn verricht binnen een jaar. Omdat appellant hier niet aan voldeed, kon hij de premie niet ontvangen. De toelichting op het artikel en de inspanningen van het college konden daaraan niets veranderen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor de premie werken met loonkostensubsidie wordt afgewezen omdat appellant niet ten minste zes maanden gesubsidieerde arbeid heeft verricht binnen een jaar.