ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6081

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 april 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11-7411 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Premiebesluit Wet werk en bijstandWet werk en bijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag premie werken met loonkostensubsidie wegens onvoldoende arbeidsduur

Appellant ontving bijstand en trad op 16 februari 2009 in dienst bij een bedrijf in Sittard met loonkostensubsidie voor een jaar. Na een korte ziekmelding werkte hij niet meer tot het einde van het contract. Op 10 februari 2010 vroeg hij een premie aan voor werken met loonkostensubsidie, maar het college wees dit af omdat hij niet minimaal zes maanden gesubsidieerde arbeid had verricht.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat hij een jaar in dienst was geweest en loon had ontvangen, en dat de premie bedoeld is om uitkeringsgerechtigden te stimuleren een gesubsidieerde baan te aanvaarden. Ook voerde hij aan dat het college geen inspanningen had geleverd om tussentijds passende arbeid te vinden.

De Raad oordeelde dat artikel 3, eerste lid, van het Premiebesluit duidelijk vereist dat de gesubsidieerde arbeid ten minste zes maanden moet zijn verricht binnen een jaar. Omdat appellant hier niet aan voldeed, kon hij de premie niet ontvangen. De toelichting op het artikel en de inspanningen van het college konden daaraan niets veranderen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: De aanvraag voor de premie werken met loonkostensubsidie wordt afgewezen omdat appellant niet ten minste zes maanden gesubsidieerde arbeid heeft verricht binnen een jaar.

Uitspraak

11/7411 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van
9 november 2011, 10/1216 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. P.H.A. Brauer, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2013. Voor appellant is
mr. Brauer verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. P.M. Benning-Hellenbrand.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande. Op 16 februari 2009 is appellant in dienst getreden bij [B.V. ] bv te Sittard ([B.V. ]) voor de duur van één jaar in een baan waarvoor door het college loonkostensubsidie werd verstrekt. De arbeidsduur bedroeg 32 uur per week en het netto salaris € 1.052,82. Appellant is als autopoetser tewerkgesteld bij [naam bedrijf ] te Sittard. Op 19 februari 2009 heeft appellant zich ziek gemeld. Na zijn hersteldverklaring op 2 maart 2009 heeft appellant tot het einde van de looptijd van het arbeidscontract bij [B.V. ] geen arbeid meer verricht.
1.2. Op 10 februari 2010 heeft appellant een “premie werken met loonkostensubsidie” (premie) aangevraagd. Bij besluit van 18 februari 2010, gehandhaafd bij besluit van 27 juli 2010 (bestreden besluit), heeft het college die aanvraag afgewezen. Hieraan ligt ten grondslag dat appellant niet ten minste zes maanden in een periode van een jaar arbeid in een door de gemeente gesubsidieerde baan heeft verricht.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant heeft aangevoerd dat hij een jaar lang in dienst is geweest bij [B.V. ] en loon heeft ontvangen. Uit de toelichting bij artikel 3 van Pro het Premiebesluit Wet werk en bijstand (Premiebesluit) blijkt dat de premie is bedoeld om uitkeringsgerechtigden te stimuleren een baan met loonkostensubsidie te aanvaarden. Appellant heeft een dergelijke baan aanvaard, zodat hij aan de voorwaarden voor premie voldoet. Het college heeft bovendien nooit inspanningen geleverd om tussentijds voor appellant andere passende arbeid te vinden.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Artikel 3, eerste lid, van het Premiebesluit bepaalt dat de uitkeringsgerechtigde die algemeen geaccepteerde arbeid vervult, waarbij gebruik wordt gemaakt van door het college verstrekte loonkostensubsidie, een eenmalige premie ontvangt (…) onder voorwaarde dat deze werkzaamheden ten minste gedurende zes maanden in een periode van een jaar hebben plaatsgevonden.
4.2. Gelet op de tekst van artikel 3, eerste lid, van het Premiebesluit moet worden vastgesteld dat appellant niet aan de voorwaarden voor toekenning van de premie voldeed, reeds omdat hij niet tenminste zes maanden in een periode van een jaar gesubsidieerde arbeid heeft verricht. Daargelaten of uit de toelichting op dit artikel zou volgen dat met de enkele aanvaarding van een gesubsidieerde baan aan de voorwaarden voor het ontvangen van een premie zou zijn voldaan, is de tekst van artikel 3, eerste lid, van het Premiebesluit duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Daaraan komt dan ook doorslaggevende betekenis toe. Wat appellant overigens nog heeft aangevoerd over de inspanningen die het college zich had moeten getroosten om voor hem tussentijds nog andere passende arbeid te vinden, kan, wat daar ook van zij, niet tot een ander oordeel leiden.
4.3. Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs als voorzitter en J.F. Bandringa en M. Hillen als leden, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 april 2013.
(getekend) R.H.M. Roelofs
(getekend) J.T.P. Pot
HD