ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 2007 bijstand in de gemeente Helmond. Na een onderzoek naar aanleiding van een gezamenlijke bankrekening met een derde, concludeerde het college dat appellant zijn hoofdverblijf had verplaatst naar de gemeente Oosterhout zonder dit tijdig aan het college te melden. Hierdoor werd de bijstand over de periode 1 december 2008 tot 4 januari 2010 ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij het college via een re-integratiebureau had geïnformeerd en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen, waaronder zijn penibele financiële situatie en medische omstandigheden.
De Raad oordeelde dat informatie aan een andere instantie niet volstaat voor de inlichtingenverplichting jegens het college. Appellant had het college pas op 4 januari 2010 geïnformeerd, terwijl het verblijf in Oosterhout al op 7 november 2009 was begonnen. Dringende redenen werden niet erkend omdat de financiële en sociale omstandigheden niet onaanvaardbaar genoeg waren volgens vaste rechtspraak.
Daarom werd de aangevallen uitspraak bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.