ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing loongerelateerde WGA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante, werkzaam als leidinggevende receptioniste/telefoniste en secretaresse op oproepbasis, viel in januari 2008 uit wegens psychische klachten, later aangevuld met kortademigheid en pijn op de borst. Zij vroeg in september 2010 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering met 70% arbeidsongeschiktheid per 30 december 2009. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) rekening hield met forse beperkingen, ook al waren sommige klachten niet objectief medisch onderbouwd. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen ernstiger waren, onder meer vanwege een dotterbehandeling in december 2011 en het gebruik van hulpmiddelen zoals een rollator en scootmobiel.
De Raad overwoog dat het hoger beroep zich uitsluitend richtte op de medische beoordeling. De medische rapporten toonden aan dat de hartfunctie rond de datum in geding goed was en dat er geen objectiveerbare hart- of longklachten waren die de beperkingen konden verklaren. De dotterbehandeling na de datum in geding bood geen bewijs voor beperkingen op die datum. Ook de therapieën rechtvaardigden geen verdere urenbeperking. De voorzieningen zoals rollator en scootmobiel werden niet ondersteund door medische gegevens die de beperkingen op de datum in geding bevestigen.
De Raad concludeerde dat het beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot toekenning van een 70% loongerelateerde WGA-uitkering wordt bevestigd.