ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugkomen van korting op AOW-pensioen wegens schuldig nalatigheid
Appellant werd in 1996 door de Sociale verzekeringsbank (Svb) voor 52% schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van premies over 1994, wat leidde tot een korting van 2% op zijn AOW-pensioen. Appellant ontving het besluit niet tijdig omdat het werd gestuurd naar zijn laatst bekende Nederlandse adres, terwijl hij in België woonde. Pas in 2000 werd hij geïnformeerd over de schuldig nalatigheid.
Appellant verzocht in 2007 om opheffing van de korting, maar dit werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat het besluit een duuraanspraak betreft, waarbij voor het verleden een terughoudende toetsing geldt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de ambtshalve aanslag onterecht was omdat hij een WAO-uitkering ontving waarover premies waren ingehouden. De Raad oordeelde dat dit geen grond was om terug te komen op het besluit, aangezien appellant geen aangifte had gedaan en het besluit gebaseerd was op bekende inkomensgegevens.
De Raad concludeerde dat het besluit van 1996 rechtens onaantastbaar is geworden doordat appellant geen rechtsmiddelen heeft aangewend en geen navraag heeft gedaan. De Svb heeft niet onrechtmatig gehandeld en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de korting op het AOW-pensioen blijft gehandhaafd.