ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds februari 2008 bijstand op grond van de WWB. Na een onderzoek naar een eigen zaak van appellant aan een adres te Den Haag, concludeerde het college dat appellant gedurende de periode 1 januari 2009 tot 14 januari 2010 op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte, zonder dit te melden.
Het college trok de bijstand per 1 januari 2010 in en vorderde de over 2009 ontvangen bijstand terug. Tevens werd een aanvraag voor nieuwe bijstand afgewezen wegens het ontbreken van een wijziging in omstandigheden. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij geen arbeid had verricht, maar enkel op advies van zijn psychiater aanwezig was. De Raad oordeelde dat aanwezigheid tijdens reguliere uren op een werkplek de veronderstelling van arbeid verrichten meebrengt, welke appellant niet heeft weerlegd. Ook was geen wijziging in omstandigheden aangetoond.
Daarom bevestigde de Raad de bestreden uitspraken en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.