ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafontslag wegens bedreiging bedrijfsarts en teamleider
Appellant was sinds 2002 werkzaam bij de gemeente Rotterdam en kreeg op 20 april 2010 met onmiddellijke ingang strafontslag wegens bedreiging van de bedrijfsarts en de teamleider. Het college verklaarde het bezwaar tegen dit besluit op 8 oktober 2010 ongegrond. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het ontslagbesluit onzorgvuldig was voorbereid omdat het college geen onderzoek had gedaan naar de onderliggende verhoudingen tussen hem, de bedrijfsarts en de leidinggevende. De Raad oordeelde dat hiervoor geen aanwijzingen waren en dat de opmerking van de bedrijfsarts over opstandig gedrag geen aanwijzing voor verstoorde verhoudingen was.
Appellant betwistte ook de toerekenbaarheid van het plichtsverzuim en stelde dat de bewijslast onvoldoende was. De Raad stelde vast dat de bedrijfsarts en de teamleider beiden verklaarden dat appellant telefonisch had gedreigd met een mes, wat door de Raad als voldoende bewijs werd gezien. Het psychologisch onderzoek bevestigde de toerekenbaarheid van het gedrag.
Gelet op de ernst van de gedragingen vond de Raad de opgelegde straf niet onevenredig en bevestigde het ontslagbesluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het strafontslag van appellant wegens bedreiging wordt bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.