ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7043
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van Wubo
Appellante, geboren in 1942 in Nederlands-Indië, heeft sinds 1994 meerdere keren verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Deze verzoeken zijn steeds afgewezen omdat niet is gebleken dat zij direct betrokken was bij oorlogsgeweld, maar slechts algemene oorlogsomstandigheden heeft meegemaakt.
In 2010 diende appellante een nieuw verzoek in met een aanvullende verklaring van haar broer. Verweerder handhaafde de afwijzing omdat deze verklaring geen nieuwe feiten bevatte die tot een andere beslissing zouden moeten leiden. De Centrale Raad van Beroep toetste dit besluit met terughoudendheid vanwege de discretionaire bevoegdheid van verweerder.
De Raad concludeerde dat de nieuwe verklaring onvoldoende bewijs levert van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld, zoals het schietincident in de Boeloegevangenis. Historische aannemelijkheid volstaat niet om vast te stellen wat appellante zelf heeft meegemaakt. Daarom blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.