ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7328

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11-4715 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd

Appellant was tot 1 augustus 2008 werkzaam als transporteur en meldde zich op 1 juli 2010 ziek vanuit een uitkeringssituatie. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, die per 10 december 2010 werd beëindigd omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid.

Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde dit ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en hechtte beslissende waarde aan de medische onderzoeken van de primaire arts en de bezwaarverzekeringsarts, die rekening hielden met de door appellant genoemde rug- en psychische klachten.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en verantwoord is uitgevoerd en dat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts ondermijnen. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek.

Uitspraak

11/4715 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 17 juni 2011, 11/920 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 17 april 2013.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.L.A.M. Swagemakers, advocaat hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 maart 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Swagemakers. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.P.F. Oosterbos.
OVERWEGINGEN
1. Appellant is tot 1 augustus 2008 werkzaam geweest als transporteur van auto’s. Hij heeft zich laatstelijk op 1 juli 2010 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet ziek gemeld. Naar aanleiding hiervan is aan hem een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.
2. Bij besluit van 6 december 2010 heeft het Uwv de ZW-uitkering met ingang van 10 december 2010 beëindigd, omdat appellant op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid.
3. Bij besluit van 2 februari 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 6 december 2010 ongegrond verklaard.
4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij beslissende betekenis toegekend aan de onderzoeksbevindingen van de primaire arts en de bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank heeft overwogen dat de betrokken artsen op de hoogte waren van de door appellant gestelde klachten, waaronder de rugklachten en de psychische klachten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden.
5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
5.1. Hetgeen appellant heeft aangevoerd is geen reden om van het oordeel van de rechtbank, neergelegd in de aangevallen uitspraak, af te wijken en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen niet te onderschrijven. De primaire arts en bezwaarverzekeringsarts hebben een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de gezondheidstoestand van appellant ten tijde in geding en, mede gelet op de beschikbare gegevens van de behandelend sector, op verantwoorde wijze geconcludeerd dat appellant op die datum niet buiten staat was zijn werk te verrichten. Appellant heeft geen medische gegevens ingebracht die reden vormen om de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts in twijfel te trekken. De namens appellant bij brief van 26 februari 2013 overgelegde medische gegevens, welke zich reeds ten dele in het dossier bevinden, hebben betrekking op appellants rugklachten, waarmee de primaire arts en de bezwaarverzekeringsarts bij hun beoordeling rekening hebben gehouden. In dit verband wordt verwezen naar het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts van 5 maart 2013.
5.2. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2013.
(getekend) Ch. van Voorst
(getekend) H.J. Dekker