ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante had een WAO-uitkering die door het UWV op 4 januari 2010 werd ingetrokken met ingang van 5 maart 2010, omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank Roermond bevestigde dit besluit en hechtte daarbij grote waarde aan de rapporten van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts.
De verzekeringsarts had appellante op 8 september 2009 onderzocht en met name aandacht besteed aan haar psychische gesteldheid. In zijn rapport van 29 december 2009 concludeerde hij dat de brief van de huisarts van 31 oktober 2009 geen aanleiding gaf om meer beperkingen aan te nemen. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dit oordeel en hield rekening met de psychische klachten in de Functionele Mogelijkheden Lijst.
De rechtbank stelde vast dat appellante met de vastgestelde beperkingen in staat was om de voor haar beschikbare functies te vervullen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze bevindingen en verwierp het hoger beroep van appellante. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid.