ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen weigering Ziektewetuitkering niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Appellant was werkzaam bij Shakeh Participaties B.V. en werd per 29 oktober 2009 ontslagen. Hij meldde zich met terugwerkende kracht ziek per 21 januari 2009. Het UWV weigerde op 17 mei 2010 een Ziektewetuitkering toe te kennen. Appellant maakte bezwaar, maar deed dit te laat. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de termijnoverschrijding wel verschoonbaar was en dat het UWV ten onrechte het bezwaarschrift niet ambtshalve in behandeling had genomen. Ook stelde hij dat de brief als herzieningsverzoek had moeten worden opgevat. De Raad overwoog dat het bezwaar inderdaad te laat was ingediend en dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 april 2013.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de Ziektewetuitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.