ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding Ziektewetuitkering
Appellante was werkzaam bij Shakeh Participaties B.V. en werd per 1 december 2009 ontslagen. Zij meldde zich met terugwerkende kracht ziek per 13 februari 2009. Het UWV weigerde op 17 mei 2010 een Ziektewetuitkering toe te kennen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar deed dit te laat. Het UWV verklaarde het bezwaar daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank Haarlem oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Appellante mocht niet vertrouwen op een automatische voortzetting van de ziekte-uitkering via het UWV, ondanks haar stelling dat zij een particuliere verzekering had. Ook het argument dat zij weinig juridisch onderlegd was en zich niet tijdig had laten adviseren, leidde niet tot verschoonbaarheid.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, stellende dat het UWV haar brief als een herzieningsverzoek had moeten behandelen en ambtshalve het bezwaar in behandeling had moeten nemen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 april 2013.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen het besluit van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.