ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7457

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12-545 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R.H.M. Roelofs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 Wet werk en bijstand
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand wegens ontbreken noodzakelijke kosten voor vervanging meubels

Appellante, een ontvanger van een AOW-uitkering, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een nieuw bankstel en vier eetkamerstoelen. Na een huisbezoek op 22 juni 2010 concludeerde het college dat er geen sprake was van noodzakelijke kosten zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, en wees de aanvraag af.

Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 21 februari 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de afwijzing onterecht was, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het college.

De Raad stelde vast dat tijdens het huisbezoek het bankstel in goede staat was, zonder scheuren of slijtage, en dat de eetkamerstoelen, die in bruikleen waren, ook in goede staat verkeerden. Er was geen noodzaak tot vervanging aangetoond. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor vervanging van bankstel en eetkamerstoelen wordt afgewezen wegens ontbreken van noodzakelijke kosten.

Uitspraak

12/545 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van
14 december 2011, 11/2280 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)
Datum uitspraak 16 april 2013.
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.K. Bhadai, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 maart 2013. Voor appellante is zonder bericht niemand verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.H. Buizert.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellante ontvangt een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet. Op 11 mei 2010 heeft zij een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand in de kosten van onder meer een bankstel en vier eetkamerstoelen. Op 22 juni 2010 heeft een huisbezoek plaatsgevonden om de noodzaak van aanschaf of vervanging van deze meubelen te beoordelen. De bevindingen tijdens dat huisbezoek hebben ertoe geleid dat het college de aanvraag bij besluit van
29 september 2010 heeft afgewezen op de grond dat geen sprake is van noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand.
1.2. Bij besluit van 21 februari 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 29 september 2010 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep op hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat, gelet op de bevindingen tijdens het huisbezoek, zoals weergegeven in de rapportage van 22 september 2010 de noodzaak tot vervanging van het bankstel en de eetkamerstoelen niet aannemelijk is gemaakt. Het bankstel zag er prima uit, de zitting en de leuningen waren in goede staat en de bekleding was niet gescheurd en/of versleten. Uit die rapportage blijkt voorts dat appellante sinds vijf jaar beschikte over vier eetkamerstoelen, die zij in bruikleen had en die zij mocht behouden, dat die stoelen in goede staat verkeerden en dat er geen noodzaak was tot vervanging.
4.2. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de deskundigheid en betrouwbaarheid van de medewerkers van het college, die belast waren met het huisbezoek en evenmin aan de juiste weergave in de rapportage van de door hen bij dit huisbezoek aangetroffen feitelijke situatie en de door appellante afgelegde verklaring. Het college heeft de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand in de kosten van een bankstel en vier eetkamerstoelen dan ook terecht gehandhaafd.
4.3. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2013.
(getekend) R.H.M. Roelofs
(getekend) M.R. Schuurman
HD