ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens ontbreken noodzakelijke kosten voor vervanging meubels
Appellante, een ontvanger van een AOW-uitkering, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een nieuw bankstel en vier eetkamerstoelen. Na een huisbezoek op 22 juni 2010 concludeerde het college dat er geen sprake was van noodzakelijke kosten zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, en wees de aanvraag af.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 21 februari 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de afwijzing onterecht was, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het college.
De Raad stelde vast dat tijdens het huisbezoek het bankstel in goede staat was, zonder scheuren of slijtage, en dat de eetkamerstoelen, die in bruikleen waren, ook in goede staat verkeerden. Er was geen noodzaak tot vervanging aangetoond. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor vervanging van bankstel en eetkamerstoelen wordt afgewezen wegens ontbreken van noodzakelijke kosten.