ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig uitbener, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100% sinds 1991. In 2000 werd deze uitkering ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 15%. Het bezwaar hiertegen werd in 2001 ongegrond verklaard en onherroepelijk.
In 2006 verzocht appellant om herziening van het intrekkingsbesluit, stellende dat hij volledig arbeidsongeschikt bleef en zijn gezondheid verslechterd was. Het UWV wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank bevestigde dit oordeel in 2012.
Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die eveneens oordeelde dat de aangevoerde medische rapporten en andere documenten geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die herziening rechtvaardigen. Ook het argument dat het oorspronkelijke besluit evident onjuist was, werd verworpen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer op 19 april 2013.
Uitkomst: Het verzoek tot terugkomen van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.