ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.Th. Wolleswinkel
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens onvoldoende functioneren ondanks verbetertraject
Appellante was werkzaam bij de gemeente Maastricht en had vanaf 2000 wegens ziekte geen werkzaamheden verricht. Vanaf 2006 hervatte zij haar werkzaamheden volgens een opbouwschema. In 2009 zijn drie beoordelingen van haar functioneren vastgesteld, die allen onvoldoende of enigszins onvoldoende waren. Na bezwaar bleven deze beoordelingen gehandhaafd en werden de daarop gerichte beroepen door de rechtbank ongegrond verklaard.
Het college verleende appellante ontslag per 11 januari 2010 op grond van artikel 8:6 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Maastricht, met een re-integratiefase tot uiterlijk 12 januari 2011. Appellante maakte bezwaar tegen het ontslagbesluit en het re-integratieplan, maar deze bezwaren werden ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het ontslagbesluit ongegrond, maar oordeelde ook over het re-integratieplan terwijl dat niet binnen het geschil viel.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt daarom het deel van de uitspraak dat betrekking heeft op het re-integratieplan, maar bevestigt het ontslagbesluit. De Raad stelt vast dat het functioneren van appellante niet op het vereiste niveau was, ondanks een verbetertraject. Appellante erkent dat haar spanningsklachten vooral het gevolg zijn van het ontslag en de nasleep daarvan, waardoor een toetsing aan ziekte als belemmering voor ontslag niet aan de orde is.
De Raad concludeert dat het college bevoegd was het ontslag te verlenen en dat appellante geen omstandigheden heeft genoemd die het college zouden hebben verhinderd om redelijkerwijs van die bevoegdheid gebruik te maken. Het griffierecht wordt aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wordt bevestigd en het deel van de uitspraak over het re-integratieplan vernietigd.