ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.Th Wolleswinkel
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim gebruik dienstvoertuig
Appellant, werkzaam bij de politieregio Haaglanden, kreeg in mei 2009 een disciplinaire straf van ontslag opgelegd, met een proeftijd tot april 2013. Bij een tweede besluit in november 2009 werd hem opnieuw voorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens herhaald plichtsverzuim, waaronder het zonder toestemming gebruiken van een dienstvoertuig voor privégebruik.
Op 2 april 2010 verliet appellant zonder toestemming zijn dienst om een fysiotherapeut te bezoeken en gebruikte daarbij een dienstauto zonder toestemming van zijn leidinggevende. Dit werd gezien als een nieuw plichtsverzuim dat de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag rechtvaardigde.
Appellant stelde dat er sprake was van een noodsituatie en dat hij de wachtcommandant had geïnformeerd, maar de Raad oordeelde dat hij zijn leidinggevende had moeten informeren en toestemming had moeten vragen. Het bezwaar tegen het buiten functie stellen van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdig ingediende gronden.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en oordeelde dat het plichtsverzuim voldoende was voor de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het voorwaardelijk strafontslag wordt ten uitvoer gelegd wegens plichtsverzuim, en het bezwaar tegen het buiten functie stellen wordt niet-ontvankelijk verklaard.