ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- K. Wentholt
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over vaststelling dagloon wegens ontbreken hoorzitting
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het door het UWV vastgestelde dagloon van €36,08, stellende dat hij op grond van de toepasselijke CAO recht had op een hoger loon. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht geen hoorzitting had gehouden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
In hoger beroep stelt appellant dat het UWV onterecht afzag van een hoorzitting en dat het dagloon hoger had moeten worden vastgesteld vanwege het hogere CAO-loon. De Raad oordeelt dat het UWV appellant had moeten horen omdat diens betwisting van de feiten niet op voorhand kon worden uitgesloten. Het ontbreken van een hoorzitting maakt het besluit ondeugdelijk, waardoor het besluit wordt vernietigd.
De Raad stelt echter vast dat appellant niet heeft aangetoond dat hij in het refertejaar recht had op een hoger loon volgens de CAO, zodat het dagloon terecht is vastgesteld. Daarom blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens het ontbreken van een hoorzitting, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.