ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J. Th. Wolleswinkel
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag ziekte-uitkering wegens termijnoverschrijding en verschoonbaarheid
Appellante, die ernstige gezondheidsklachten heeft waaronder epilepsie, was van 1997 tot 2000 werkzaam in het speciaal onderwijs. Zij diende een aanvraag in voor een ziekte-uitkering over de periode 1 augustus 1998 tot 21 april 1999, maar deze werd afgewezen wegens het niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn van twee jaar na het einde van haar dienstverband.
Appellante voerde aan dat zij wegens haar ziekte redelijkerwijs niet in staat was om tijdig een aanvraag in te dienen. Medische rapporten en adviezen van verzekeringsartsen werden overgelegd, maar de Raad oordeelde dat er een periode was waarin zij wel degelijk in staat was om, al dan niet met hulp, een aanvraag te doen. De minister had op grond van een vaste gedragslijn deze situatie beoordeeld alsof er een uitzondering op de termijnbestemming bestond, maar de Raad bevestigde dat deze lijn buitenwettelijk is.
De Raad concludeerde dat appellante niet gedurende de gehele relevante periode buiten staat was om een aanvraag in te dienen en dat de aanspraak op de uitkering daarom op 1 augustus 2000 is komen te vervallen. Ook werd geoordeeld dat het niet relevant was of appellante later verkeerde informatie had ontvangen of medische belemmeringen had na die datum.
Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag voor een ziekte-uitkering wordt afgewezen wegens niet tijdige indiening en geen verschoonbare reden voor de overschrijding.