ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderdomspensioen tijdens detentie op grond van artikel 8b AOW niet in strijd met EVRM
Appellant, geboren in 1943, kreeg in 2007 een ouderdomspensioen toegekend op grond van de AOW. In 2010 beëindigde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) dit pensioen vanaf januari 2011 omdat appellant sinds november 2010 gedetineerd was, op basis van artikel 8b van de AOW. Appellant stelde dat deze beëindiging in strijd was met zijn eigendomsrecht zoals beschermd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en verwierp het standpunt dat artikel 8b AOW buiten toepassing moest blijven. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en voerde aan dat hij recht had op het volledige pensioen omdat hij zijn hele werkzame leven premies had betaald. De Raad overwoog dat het pensioen gebaseerd is op een omslagstelsel en dat het pensioen bekostigd wordt door huidige werkenden.
De Raad oordeelde dat de inbreuk op het eigendomsrecht bij wet voorzien is en een legitiem algemeen belang dient, namelijk het voorkomen dat gedetineerden vermogen opbouwen uit collectieve middelen. Er is een ruime beoordelingsmarge voor de Staat en geen sprake van een onevenredige last voor appellant. Het beroep op algemene rechtsbeginselen faalde omdat de rechter geen belangenafweging mag maken die de wetgever reeds heeft verricht.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de beëindiging van het ouderdomspensioen tijdens detentie op grond van artikel 8b AOW niet in strijd is met het EVRM.