ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken ziekte of gebrek per 7 september 2010
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin is vastgesteld dat zij vanaf 6 oktober 2010 geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het UWV baseerde dit op de conclusie dat de wachttijd was verstreken en dat vanaf 7 september 2010 geen sprake meer was van ziekte of gebrek die haar arbeidsongeschiktheid veroorzaakte.
De rechtbank Breda oordeelde dat het UWV zelfstandig bevoegd is om te beoordelen of de wachttijd is vervuld en dat de verzekeringsartsen voldoende gemotiveerd hadden vastgesteld dat appellante geen objectieve beperkingen had die haar arbeidsongeschiktheid konden verklaren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij de wachttijd had volbracht en dat haar psychische en fysieke beperkingen re-integratie onmogelijk maakten. De Raad oordeelde dat de rechtbank de gronden afdoende had gemotiveerd en dat het oordeel van de verzekeringsartsen dat appellante per 7 september 2010 geen ziekte of gebrek had juist was. De Raad bevestigde de uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering vanaf 6 oktober 2010 wegens ontbreken ziekte of gebrek vanaf 7 september 2010.