ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding escortservice op grond van de Wuv
Appellant, gelijkgesteld met een vervolgde op grond van de Wuv, verzocht om vergoeding van escortservice, ondersteund door een advies van zijn behandelend arts-seksuoloog. Verweerder wees dit verzoek af omdat escortservice niet als medische behandeling kan worden beschouwd en er geen medische noodzaak is vastgesteld.
Appellant voerde aan dat er wel sprake is van medische noodzaak en dat hij op grond van artikel 21 Wuv Pro een tegemoetkoming had moeten krijgen. De Raad oordeelde dat escortservice niet valt onder reguliere of alternatieve medische behandelingen en dat het beleid van verweerder geen afzonderlijke tegemoetkoming voor escortservice voorziet.
Verder stelde de Raad vast dat de reeds toegekende tegemoetkomingen voor sociaal vervoer, extra vakantie en telefoonkosten het normbedrag voor een DMV-voorziening overschrijden. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vergoeding van escortservice wordt ongegrond verklaard.