ECLI:NL:CRVB:2013:CA0066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging AOW-uitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde bij besluit van 2 februari 2011 vast dat appellant geen commerciële relatie meer had met betrokkene [S.] en dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, waardoor de Anw-uitkering werd beëindigd en het AOW-pensioen van [S.] werd verlaagd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en betwistte dat aan het zorgcriterium voor gezamenlijke huishouding was voldaan. Hij voerde aan dat de checklist die de Svb gebruikte onvoldoende ruimte liet voor nuance en dat [S.] onder druk stond bij het huisbezoek.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was omdat niet duidelijk was op welke feiten en omstandigheden de Svb haar conclusie baseerde. Desondanks bood de checklist en handhavingsrapportage voldoende feitelijke grondslag voor het oordeel dat sprake was van wederzijdse zorg die de commerciële relatie overstijgt. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd de Svb veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de AOW-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.