ECLI:NL:CRVB:2013:CA0344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum toegenomen arbeidsongeschiktheid bij WAO-uitkering
Appellant, werkzaam als beleidsmedewerker in een coffeeshop, viel in 2003 uit wegens polsklachten na een motorongeluk. Het UWV kende aanvankelijk geen WAO-uitkering toe wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na medisch onderzoek werd in 2007 alsnog een uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. In 2009 werd dit percentage bevestigd.
In 2010 vroeg appellant om een herbeoordeling wegens toegenomen klachten, waarop het UWV een hogere uitkering toekende met ingang van 29 juni 2009. Het bezwaar hiertegen leidde tot een besluit waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55-65% vanaf diezelfde datum.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de medische situatie juist was ingeschat en de ingangsdatum van de herziening terecht was vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat eerdere verzoeken tot ophoging een eerdere ingangsdatum rechtvaardigden, maar bracht geen objectieve gegevens aan.
De Raad oordeelt dat eerdere besluiten onherroepelijk zijn en dat het verzoek van 2010 niet kan worden opgevat als verzoek tot terugkomen op eerdere besluiten. De datum van 1 juni 2009 als start van toegenomen arbeidsongeschiktheid wordt ondersteund door het verzoek om een second opinion rond die datum. Er is geen reden om het standpunt van de verzekeringsartsen te verwerpen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verhoogde WAO-uitkering is terecht vastgesteld op 29 juni 2009.