ECLI:NL:CRVB:2013:CA0394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden en inkomsten
Appellant ontving sinds 2003 een WAO-uitkering en werkte in de periode van 15 mei 2010 tot 20 juni 2010 zonder dit aan het UWV te melden. Het UWV stelde op 21 oktober 2010 vast dat appellant inkomsten had uit arbeid en paste de WAO-uitkering aan naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Tevens werd een bedrag van €1.226,43 teruggevorderd wegens onverschuldigde betaling.
Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van het geschatte inkomen, maar kon geen concrete, verifieerbare gegevens overleggen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het UWV op basis van verklaringen van derden het inkomen schattenderwijs mocht vaststellen.
In hoger beroep betwist appellant opnieuw de inkomensvaststelling en de terugvordering. De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank en het UWV, oordeelt dat het UWV bevoegd was het inkomen schattenderwijs vast te stellen bij gebrek aan verifieerbare gegevens en bevestigt het bestreden besluit en de terugvordering.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 september 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering en de schattende vaststelling van het inkomen door het UWV.