ECLI:NL:CRVB:2013:CA0741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na herziening UWV-besluit
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem inzake een geschil met het UWV over een terugvordering. Het UWV heeft op 20 december 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin het bezwaar van appellant volledig is gegrond verklaard en de terugvordering op nihil is gesteld. Hierdoor is het geschil tussen partijen feitelijk komen te vervallen.
Appellant verzocht om vergoeding van gemaakte kosten en wettelijke rente. Het UWV heeft geen verweerschrift ingediend. De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Omdat het UWV volledig tegemoet is gekomen aan het gevorderde, bestaat er geen procesbelang meer voor appellant om het hoger beroep voort te zetten.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Wel wijst de Raad het verzoek van appellant toe om het UWV te veroordelen tot betaling van wettelijke rente over het te restitueren bedrag, conform eerdere jurisprudentie. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant, begroot op €1.416,-, en in de vergoeding van het betaalde griffierecht van €156,-.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang; het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.