ECLI:NL:CRVB:2013:CA1032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van compensatieregeling na wijziging inhoudingspercentage loonbelasting en premie volksverzekeringen
Appellante, voormalig ambtenaar van de gemeente Geleen, ontving een compensatie voor het financiële nadeel door de overgang van VGZ naar IZA. Na haar vervroegde uittreding via de FPU-regeling en het bereiken van de 65-jarige leeftijd, paste het college het bruto compensatiebedrag aan op basis van een lager inhoudingspercentage voor loonbelasting en premie volksverzekeringen.
Appellante betoogde dat het brutobedrag ongewijzigd moest blijven, maar de rechtbank verwierp dit standpunt omdat de compensatie gebaseerd is op een gegarandeerd nettobedrag, niet op een vast brutobedrag. De Raad bevestigt dat wijzigingen in het inhoudingspercentage leiden tot aanpassing van het brutobedrag, zonder wijziging van het netto compensatiebedrag.
De Raad overweegt dat het fiscale systeem dwingend voorschrijft welk bedrag aan loonheffing moet worden ingehouden en afgedragen, waardoor het college niet gehouden is een hoger brutobedrag te hanteren dan wettelijk vereist. Hierdoor blijft het netto compensatiebedrag gehandhaafd, ondanks variaties in de brutering.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat herberekening van de compensatie bij pensionering niet op wettelijke grondslag berust. De huidige aanpassing betreft een fiscale herberekening van de loonheffing, geen herziening van de compensatie zelf. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het netto compensatiebedrag ongewijzigd blijft ondanks een lager bruto compensatiebedrag door een aangepast inhoudingspercentage.