ECLI:NL:CRVB:2013:CA1050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verstoorde werkverhouding na communicatieproblemen en coaching zonder verbetering
Appellant trad in 2002 in dienst bij ICTRO en kreeg vanaf 2005 herhaaldelijk problemen met communicatie en samenwerking met leidinggevenden en coördinatoren. Ondanks schriftelijke waarschuwingen en een begeleidingsprogramma bleef verbetering uit. Na conflicten en een afgebroken coachingstraject stelde de minister in 2009 ontslag op andere gronden vast wegens een verstoorde werkverhouding.
Appellant stelde zich op het standpunt dat de minister een overwegend aandeel had in het ontstaan en voortbestaan van de verstoorde relatie en dat de ontslagvergoeding onvoldoende was. De rechtbank oordeelde dat de situatie onherstelbaar was en dat de minister niet verplicht was het dienstverband voort te zetten. De Raad constateert dat de minister inderdaad een aandeel van 80 tot 100% had in het ontstaan van de problemen, onder meer door het niet voortzetten van coaching ondanks verzoeken van appellant.
Desondanks is de toegekende ontslagvergoeding van € 25.000,- bruto, berekend op basis van de dienstjaren en het salaris, niet ontoereikend. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit bevestigd met een passende ontslagvergoeding van € 25.000,- bruto.