ECLI:NL:CRVB:2013:CA1707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens onjuiste waardebepaling onroerend goed
Betrokkene ontving bijstand over meerdere perioden, waarbij het college de bijstand introk en terugvorderde wegens vermeend overschrijden van de vermogensgrens door bezit van onroerend goed in Turkije. Na onderzoek en een tussenuitspraak stelde de Raad vast dat de waarde van het onroerend goed in de eerste periode niet de vermogensvrijlating overschreed. Het college had de verkoopprijs uit de eigendomsakte onvoldoende betrokken bij de waardebepaling, wat leidde tot een onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd besluit.
De Raad vernietigde het besluit van 21 februari 2013 en het eerdere besluit van 27 april 2010 voor zover deze betrekking hadden op periode 1. Het college werd opgedragen een nieuwe berekening te maken waarbij alleen de kosten van bijstand over periode 2 teruggevorderd mogen worden. De Raad zag af van een bestuurlijke lus omdat het slechts om een financiële uitwerking ging die naar verwachting geen discussie zal oproepen.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van betrokkene en bepaalde dat het college het betaalde griffierecht aan betrokkene moet vergoeden. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en deugdelijke waardebepaling bij terugvorderingen in het kader van de WWB.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand over periode 1 wordt vernietigd en het college moet een nieuwe berekening maken waarbij alleen periode 2 wordt meegenomen.