ECLI:NL:CRVB:2013:CA2257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en verzekeringsstatus
Appellant verzocht het UWV om een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid die zou zijn aangevangen op 27 mei 1991. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant niet kon aantonen dat hij 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest en omdat hij op de relevante datum niet verzekerd was voor de WAO.
De rechtbank oordeelde dat appellant slechts vier dagen ziekengeld had ontvangen vanaf 27 mei 1991 en dat verklaringen van zijn arts niet betrouwbaar waren, omdat de arts toegaf zich te hebben vergist en appellant pas op 15 mei 1992 had gezien. Tevens kon appellant niet aannemelijk maken dat hij werknemer was in de zin van artikel 3, eerste lid, van de WAO.
Het hoger beroep faalt omdat appellant niet aan zijn bewijslast heeft voldaan. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.