ECLI:NL:CRVB:2013:CA3197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag WAO-uitkering wegens onvoldoende gegevens
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering, maar het UWV stelde deze buiten behandeling omdat essentiële gegevens ontbraken die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV bevoegd was om de aanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij sinds 1993 ziek is en arbeidsongeschikt, en dat hij bereid is mee te werken aan nader onderzoek. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft echter het oordeel van de rechtbank dat de door appellant overgelegde documenten onvoldoende zijn om de arbeidsongeschiktheid te beoordelen en dat er geen aanwijzingen zijn dat appellant niet tijdig over de gevraagde informatie kon beschikken.
De Raad bevestigt dat het UWV terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen en ziet geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om een WAO-uitkering wordt buiten behandeling gesteld wegens onvoldoende gegevens.