ECLI:NL:CRVB:2013:CA3539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden als snorder
Appellant ontvangt sinds 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op 2 maart 2011 werd hij tijdens een politieactie aangehouden en geverbaliseerd als illegaal taxichauffeur (snorder). Ondanks ontkenning erkende appellant dat hij personen vervoerde en daarvoor een geldelijke vergoeding vroeg. Hierdoor is vastgesteld dat hij oncontroleerbare inkomsten had uit deze werkzaamheden.
Het college van burgemeester en wethouders heeft bij besluit van 6 mei 2011 de bijstand over maart 2011 ingetrokken en de kosten van bijstand teruggevorderd, omdat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door deze werkzaamheden niet te melden. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht op bijstand had over maart 2011, mede omdat hij geen administratie bijhield en al eerder was aangehouden op verdenking van snorderswerkzaamheden. De intrekking van de bijstand is daarmee terecht en de terugvordering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand over maart 2011 wegens niet gemelde werkzaamheden als snorder wordt bevestigd.