ECLI:NL:CRVB:2013:CA3546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over autobezit
Appellante ontving sinds 2001 bijstand en heeft in de periode maart 2002 tot en met oktober 2009 nagelaten het bezit en transacties van een groot aantal auto's aan het dagelijks bestuur te melden. Dit leidde tot intrekking van de bijstand over die periode en terugvordering van €33.870,10.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond, en in hoger beroep betoogde appellante dat het dagelijks bestuur rekening moest houden met de daadwerkelijke waarde van de auto's en dat zij niet hoefde te bewijzen dat zij recht op bijstand had gehad indien zij aan de inlichtingenplicht had voldaan.
De Raad oordeelt dat het niet melden van de transacties een schending van de wettelijke inlichtingenplicht is, wat een rechtsgrond vormt voor intrekking van de bijstand. Appellante is niet geslaagd in de bewijslast om aannemelijk te maken dat zij recht op bijstand had gehad. Zij overlegt geen concrete, verifieerbare stukken over de transacties. Hierdoor kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld en blijft het risico bij appellante.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.