ECLI:NL:CRVB:2013:CA3576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds september 2008 bijstand. In maart 2010 werd hij gecontroleerd als bestuurder van een bedrijfsbusje en bleek uit een visitekaartje dat hij een onderneming had, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel sinds februari 2010. Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage trok daarop de bijstand over de periode februari 2010 tot februari 2011 in en vorderde de kosten terug wegens niet-melding van zelfstandige werkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betwist appellant de schending van de inlichtingenverplichting en beroept zich op zijn psychische gesteldheid en het vertrouwensbeginsel. Hij leverde een kennisgeving omzetbelasting en een medisch rapport aan ter onderbouwing.
De Raad oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het college heeft geïnformeerd over zijn zelfstandige werkzaamheden. Ook is niet gebleken dat zijn psychische gesteldheid hem verhinderde de juiste informatie te verstrekken. De door appellant aangevoerde stukken bieden onvoldoende bewijs van werkzaamheden of inkomsten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel faalt. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.