ECLI:NL:CRVB:2014:1059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstand buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig overleggen betaalbewijs huur
Appellant diende op 20 januari 2012 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Groningen. Het college vroeg hem om aanvullende documenten, waaronder betalingsbewijzen van zijn huur, die hij niet tijdig heeft aangeleverd. Ondanks een hersteltermijn tot 7 februari 2012 leverde appellant het betaalbewijs niet aan, waarna het college de aanvraag op 10 februari 2012 buiten behandeling stelde.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Groningen bevestigde dit besluit. In hoger beroep voerde appellant aan dat het betaalbewijs niet noodzakelijk was voor de beoordeling en dat hem geen verwijt valt te maken voor het niet tijdig overleggen.
De Raad oordeelde dat het betaalbewijs wel noodzakelijk was voor een juiste beoordeling van de aanvraag, zoals vereist op grond van de WWB en Awb. Tevens stelde de Raad vast dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij het bewijs niet tijdig kon verkrijgen en dat hij ook geen verzoek om verlenging van de hersteltermijn had gedaan. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van het betaalbewijs van de huur.