ECLI:NL:CRVB:2014:1113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening AOW-pensioen wegens onjuiste rechtsgrondslag
Appellant ontvangt sinds maart 2002 een AOW-pensioen naar de norm voor een alleenstaande. Na vertrek naar het buitenland en onduidelijkheid over zijn woonplaats, heeft de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen per 1 juli 2011 herzien naar de gehuwdennorm. Het besluit van 13 maart 2012, waarin dit werd bevestigd, vermeldde onjuist artikel 17b van de AOW als rechtsgrondslag, terwijl het besluit feitelijk gebaseerd was op artikel 17a.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de onjuiste rechtsgrondslag een motiveringsgebrek vormt dat vernietiging van het besluit rechtvaardigt. Desondanks blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat appellant ondanks herhaald verzoek niet heeft gemeld waar hij woonde en de Svb op grond van artikel 17a gehouden was het pensioen te herzien.
De Raad wijst het verweer van appellant af dat eerst een maatregel opgelegd had moeten worden. Ook is vastgesteld dat geen dringende redenen aanwezig zijn om van herziening af te zien. De Svb wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van het AOW-pensioen wordt vernietigd wegens onjuiste rechtsgrondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.