Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van in totaal € 157,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen inzake de intrekking en terugvordering van bijstand. De appellant had de inlichtingenplicht vanaf 1 juli 2007 geschonden, maar niet vanaf 11 januari 2007, waardoor het college niet bevoegd was om de bijstand vanaf die eerdere datum in te trekken en terug te vorderen.
De Centrale Raad van Beroep heeft in een tussenuitspraak vastgesteld dat de feitelijke grondslag voor afwijzing van een nieuwe aanvraag om bijstand was komen te vervallen, waardoor appellant in aanmerking zou kunnen komen voor bijstand vanaf 5 maart 2011. Het college heeft vervolgens op 14 januari 2014 een nadere beslissing genomen waarin het bezwaar deels werd gehonoreerd door de intrekking van bijstand te laten ingaan per 1 juli 2007 en de terugvordering te beperken tot die periode.
De Raad oordeelt dat het nadere besluit een juiste uitvoering is van de tussenuitspraak, maar dat het eerdere besluit van 17 januari 2012 vernietigd moet worden. Het beroep tegen het nadere besluit wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt het college veroordeeld in de kosten van appellant en wordt het betaalde griffierecht vergoed.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 maart 2014 en betreft een bestuursrechtelijke kwestie binnen het sociale zekerheidsrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 17 januari 2012 wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het nadere besluit van 14 januari 2014 wordt ongegrond verklaard.