Uitspraak
OVERWEGINGEN
verkoop(opbrengst)van twee percelen van belang en niet het destijds verzwegen
bezitvan vier percelen.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een tip over haar bezit van onroerend goed in Suriname, stelde het college een onderzoek in waaruit bleek dat zij vier percelen grond bezat. De bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd vanwege het overschrijden van de vermogensgrens.
Later werd bij een anonieme melding bekend dat appellante twee percelen had verkocht. Het college verzocht om notariële stukken over deze verkoop, maar appellante leverde deze niet binnen de gestelde termijn aan. Hierdoor werd de bijstand opgeschort en uiteindelijk ingetrokken.
Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het niet aanleveren van de gevraagde stukken binnen de termijn verwijtbaar was en dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken. Het betoog dat de intrekking een onevenredige sanctie zou zijn en in strijd met het EVRM, werd verworpen.
De Raad oordeelde dat de gevraagde gegevens essentieel waren voor de beoordeling van het recht op bijstand en dat de intrekking terecht was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens.