ECLI:NL:CRVB:2014:1171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens langer verblijf buitenland
Appellante verbleef van 19 augustus 2011 tot en met 15 september 2011 langer dan de toegestane vier weken in het buitenland, wat in strijd is met artikel 13 van Pro de WWB. Zij meldde dit verblijf niet tijdig, waardoor zij haar inlichtingenverplichting schond. Het college trok de bijstand over deze periode in en vorderde de kosten terug.
Appellante stelde dat haar was toegezegd dat de overschrijding geen gevolgen zou hebben en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen. De Raad oordeelde echter dat de brief van 20 september 2011 geen rechtens te honoreren verwachtingen schept dat terugvordering achterwege blijft en dat het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering.
Verder heeft appellante niet aannemelijk gemaakt dat terugvordering tot onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen leidt. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens langer verblijf in het buitenland dan toegestaan wordt bevestigd.